Groene Stroom

Groene energie is een term die de laatste jaren steeds vaker wordt gebruikt. Wat er nu precies mee wordt bedoeld is soms niet duidelijk. De belangrijkste eigenschap van groene energie is dat het stroom is uit  ‘duurzame’ energiewinning. Dat wil zeggen dat het niet wordt gewonnen uit uitputtelijke materialen, zoals aardgas of aardolie: die gaan immers ooit op. Stroom uit zulke bronnen noemen we ‘grijze stroom’. Groene en grijze stroom hebben alleen verschillen in waar het vandaan komt: eenmaal in het electriciteitsnetwerk zijn ze hetzelfde. ‘Groene’ alternatieven die als onuitputtelijk te boek staan, zijn bijvoorbeeld windenergie (die opgewekt wordt door middel van windmolens) en zonne-energie(zonnepanelen).

Deze methodes worden dus als groen gezien omdat wind en zonlicht onuitputtelijke bronnen van energie zijn, en de winning ervan bovendien weinig belasting van de aarde teweegbrengt. Dit brengt ons bij het tweede criterium van groene energie, namelijk dat het niet belastend voor het milieu mag zijn. Dit is meteen de reden waarom kernenergie geen vorm van groene energiewinning is.

De scheiding tussen groene en grijze stroom is overigens niet altijd even duidelijk. Ouderwetse verbrandingscentrales mogen bijvoorbeeld een deel van hun energie als verkopen, wanneer een deel van het verbrande materiaal uit biomassa bestaat. Dan is groene energie een stuk minder groen, want  bij deze verbranding komen schadelijke stoffen vrij. Deze methode maakt samen met wind- en waterenergie de meeste Nederlandse groene stroom, die de laatste jaren ongeveer goed is geweest voor 9 procent van de totale Nederlandse stroomproductie.